THAILAND 24: Down south

Na een vlucht van zo’n anderhalf uur en een taxirit van 30 minuten komen we aan in Krabi Town, waar we een nacht verblijven. We checken in bij ons hostel. Het ziet er super cool uit. Modern, arty, industrieel. Bijna onthais. De kamers zijn hetzelfde. Dan ga ik op het bed zitten. Een plank! Nou ja, een matras zo hard dat je er prima je groentes op kan snijden. Slapen? Dat weet ik zo net nog niet.

Eerst maar even wat eten. We vinden op tripadvisor een hoog gewaardeerd restaurantje in de buurt en lopen er met stevige pas heen. Het is hier veel warmer dan in Chiang Mai. De straaltjes zweet loppen van ons af. Vrij snel hebben we het restaurant gevonden (maar 2 keer verkeerd gelopen met maps.me aan).

We eten heerlijk bij het thaise restaurant aangestuurd door een franse man (verliefd geworden op een thaise). Hij weet precies wat europese gastvrijheid is. Thaise mensen doen of té onderdanig of té chatty. We voelen ons erg thuis en laten het ons smaken.

Beautiful Ko Lanta

Na een gebroken nacht op de snijplank is het vroeg opstaan geblazen om onze weg naar de eigenlijke bestemming: Ko Lanta te vervolgen. De minibus haalt ons op en zet ons 3 uur later voor de deur van het hostel af. We wennen inmiddels aan de lange reistijden. Je moet nergens heen, je mag. Geen haast en altijd een bestemming waar je echt wilt zijn. Dat maakt de lange uren verdoofd onder de reispillen dragelijk.

Het hostel zit aan de drukke weg van het eiland. De enige weg. Even baal ik ervan dat ik deze heb geboekt. Maar eenmaal op de kamer is er niets meer van te merken.

Snel kleden we ons om. Dan komt Tjarda erachter dat ze haar e-reader heeft laten liggen in Krabi Town. Fuck! Balen. Samen met de receptie doen we een poging om deze hier op het eiland te krijgen. Dageljks rijden er busjes van Krabi Town naar Ko Lanta, dus grote kans dat het gaat lukken. Toch is de taalbarriere een groot probleem. Zo ook hier. Tjarda doet eerst het woord in net beschaafd engels. Ze praat langzaam, maar gebruikt wel veel woorden om precies te vertellen wat er is gebeurt en wat ze hoopt dat ze voor haar kunnen betekenen. Aan de andere kant van de telefoon klinkt alleen: ‘sorry miss? i dont’t understand?’. Dan besluit ze de korte versie te geven: ‘Monique left something in room 332′. Dit begrijpen ze wel meteen. Ze gebruikt mijn naam omdat ik de boeker ben. Goed, als het goed is, dan ligt de e-reader morgen klaar bij onze receptie.

Tijd voor een verfrissende duik en lunch.

We zitten op een kleine 5 minuten wandelen van het strand af. Als we deze oplopen, ontvouwt zich een waar paradijs. Zo mooi heb ik een strand nog niet in het echt gezien! Wit zand, azuurblauwe zee…je kent dat wel. Dit hebben we wel verdiend na al onze drukke avonturen in het Noorden van Thailand.

De volgende dag huren we 2 scooters en gaan op weg! Het eiland over crossen. Nou ja, het doel is een van de andere stranden vinden, maar daar blijken we wat moeite mee te hebben. We crossen het eiland net niet helemaal rond en besluiten een verse sap te drinken in de oude stad. Daar maken we een nieuw plan. We rijden meteen verkeerd, maar komen (het blijft een eiland) toch waar we naartoe op zoek waren.

Het is inmiddels midden op de dag en knetterend warm. Als we het strand zien weet ik niet hoe snel ik in het water moet komen. Het water wat nooit koud is, en altijd precies de verkoeling waar je naar op zoek bent. Heeerlijk!

Terwijl we dobberen kijken we even naar de omgeving. Prachtig strand met misschien 20 mensen en omgeven door rotsen en groen. Te midden van dit alles een restaurantje. Waar we heerlijk lunchen. Eenmaal terug bij het hostel is de e-reader nog niet aangekomen. Ik kom er als eerste doorheen en krijg te horen dat het morgen bij een ander hotel 2 km verderop (er is maar 1 weg en je komt eerst langs ons hostel voor je bij dit hotel aankomt) wordt afgegeven. We proberen ons humeur er niet door te laten verpesten. Het doel is: de e-reader terugkrijgen. Dit lijkt nog steeds te lukken.

Op de laatste volledige dag op het eiland gaan we mee met de 4 island trip. Busjes vol toeristen verzamelen zich op de pier in de oude stad. Daar liggen een aantal longtailboten klaar om ons mee te nemen. Een aantal krijgen een sticker, wij niet. Het is allemaal een beetje onduidelijk. En het engels van onze guide is onverstaanbaar. Al snel komen we erachter dat dit meer een paar jongens zijn die ons de hele dag rondvaren terwijl ze met elkaar kletsen, dan gepassioneerde gidsen die je echt iets willen vertellen over wat je ziet en meemaakt.

Al snel varen we de volle zee op en ik ben blij met mijn bewegingsziekte pillen, die mijn dag echt redden. We zien om ons heen hoge golven en donkerblauw water, kilometers gaan zo voorbij terwijl er af en toe een eiland uit de achtergrond opdoemt en weer verdwijnt. De boot snijdt door de golven terwijl het oorverdovende geluid van de motor ook na verloop van tijd naar de achtergrond verdwijnt. Er wordt niet gepraat. Dat is gewoon niet mogelijk. Na een ruim uur leggen we aan bij een rots, waar al meerdere boten liggen. Onze eerste snorkelplek. Omdat ik vooral ziek wordt bij stil liggende boten ga ik als eerste het water in. Ik laat mij het water in valken, zo gratieus als je het nu voor je ziet. Het is er misschien 6 meter diep en het water is hier ook weer azuurblauw. Vergeleken met de open zee, nog geen 100 meter verder is het hier qua golven en stroming ook vrij rustig. Eenmaal mijn snorkel op, kijk ik het water in. En ik zie…weinig. Een paar vissen. Maar geen kleuren. Het valt mij tegen. En ik ben niet de enige die er zo over denkt. Al vrij snel ga ik toch terug de boot op. We hebben ook maar 20 minuten.

Tjarda is iets verder weggegaan en heeft wel iets meer gezien. Maar ook zij geeft aan dat dit niet een hele mooie plek is. We wachten terwijl de boot weer vaart en de motor onze gedachten overstemd, in spanning af wat de volgende plek ons brengt.

We varen naar een eilandje met een strandje en een paar kleinschallige resorts. Het is er prachtig. Al snappen we allemaal niet echt wat we hier gaan doen. Lunchen. Dat dus. Om kwart voor elf ’s morgens.

En we blijven hier zo’n anderhalf uur. Tjarda leest een boekje. Ik maak een wandeling over het eiland. Het is er mooi. Net zo mooi als op Ko Lanta.

De volgende snorkelplek is helaas meer van hetzelfde. Ook weer dood koraal, weinig vissen en weinig kleur. We beginnen ons af te vragen of deze jongens zelf weleens snorkelen.

De laatste plek is De Emerald Cave. We wachten zo’n 20 minuten op de snorkelplek voor we erheen varen, op deze manier is het voldoende eb, zodat we de grot in kunnen. Ik merk dat ik al een beetje zenuwachtig word bij deze boodschap. Ik hou niet zo van grotten, en zeker niet van grotten die alleen begaanbaar zijn als het eb is. Ik hou meer van zekerheid..dit is voor mij de ultieme onzekerheid..en met deze gidsen wil ik ook mijn grenzen niet persé verleggen.

Als we aankomen bij de cave, blijkt het midden op zee te zijn. De golven klappen tegen de boot en we moeten allemaal een reddingsvest aan. De ingang van de grot is goed te zien. Als er een golf doorheen gaat is de opening zo’n 1,5 meter hoog. Hoog genoeg om doorheen te zwemmen. We springen allemaal het water in en weten allemaal ook gelijk waarom de reddingsvesten zo belangrijk zijn. De golven zijn hoog en weergaloos. Zonder reddingsvest hou je het hier niet lang uit. Met trouwens ook niet.

We zwemmen allemaal de grot in. Ook ik. Maar na de 2e bocht en volledige donkerte stok ik. Niets in mij wil nog 1 slag verder zwemmen. de gids wenkt mij mee te komen. Maar ik bijt hem toe dat ik terug ga. Hij heeft er niets tegenin te brengen. Als ik de grot uitzwem zie ik onze boot niet meer. Althans dat denk ik, want ik heb mijn bril niet op. Wel een heleboel andere boten. En een heleboel mensen, die allemaal richting de grot zwemmen. En dus richting mij. Even voel ik mij gevangen tussen de hoge golven en deze enorme stoet mensen en boten. Gelukkig ziet een chauffeur van een andere longtailboot mij een beetje verdwaasd om mij heen kijken en wenkt mij naar de boot. Met een beetje acrobatiek weet ik mij met het trappetje op het dek te hijsen. Er zitten 2 vrouwen. Duidelijk hadden deze niet eens een poging gedaan om naar de grot te zwemmen. Gek genoeg voel ik me even gelijk thuis bij deze boot. Ware het niet dat dit dus niet mijn boot is, ik mijn bril op een andere heb liggen, en ik geen idee heb of Tjarda wel aan elkaar kan knopen dat ik veilig ergens ben als ik straks niet meer onze boot terug vind. Dit alles maakt dat ik toch om mij heen blijf turen of ik onze boot zie. In de tussentijd maakt de kapitein wat fruit klaar en deelt het aan ons uit. Heerlijk! Dan blijkt hij allang te weten waar ik thuishoor en vaart er behendig manouvrerend door de golven naartoe. Maar door deze hoge golven kan hij er niet naast gaan liggen en moet ik dus toch weer even een stukje zwemmen. Niet iets waar ik op zat te wachten. Maar ik spring. Net voor ik ons trappetje vastpak hoor ik geschreeuw. Een andere boot komt gevaarlijk dichtbij. Bij mij en de boot. Ik hou mijn adem in. Het scheelt niet veel of hij had de boot geraakt waardoor ik gedwongen was geweest om keihard terug te zwemmen. Gelukkig kan hij op tijd terugtrekken. Ik klim gelukkig de boot op. Gelukkig, omdat ik niet net ben geplet, gelukkig omdat de golven mij niet hebben verzwolgen, gelukkig omdat ik de boot heb terug gevonden en gelukkig dat mijn bewegingsziekte pillen heel goed werken. Heel goed. Beter dan bij de jongen en vrouw die op mijn boot met grote ogen naar mij kijken. Beide zijn ze kotsmisselijk van het geschud van de boot. Ook zij zijn de grot niet ingegaan. Ik wil ze graag vertellen dat het beter is om op het midden van de boot te gaan liggen, maar daar staat vanalles en dus ga ik maar zitten en hoop maar dat ze niet over mij heen kotsen.

Als Tjarda terugkomt geeft ze aan dat het prachtig was, en dat ik nog 1 bocht door had gemoeten. Wel gaf ze aan dat het misschien 4 minuten heel tof was, want daarna waren er zo’n 200 mensen in de grot. Ik krijg een rilling bij de gedachte er met zoveel mensen te moeten zijn. Niet mijn idee van een leuk uitje. Geef mij nog maar 100x een slipperig pad bergafwaarts en een mountainbike met versleten banden. That i can do! (mijn vaste zinnetje deze vakantie).

Dan begint de lange monotone terugvaart. Anderhalf uur lang zitten we met zijn allen stil, terwijl de golven in ons gezicht spatten, de motor ons gehoor aantast en het kotsen van zeezieke mensen constant dreigt.

Eenmaal in de taxi terug kletsen we, nu kunnen we elkaar tenminste horen, wat na. Iedereen vond de trip het geld niet waard. Jammer! Maar het kan niet altijd feest zijn. Gelukkig is het ’s avonds wel feest als we een cocktail opslurpen en proosten op onze vele avonturen.

Surviving Khao Sok National Park

Na een vermoeiende rit van zo’n 6 uur, waar helemaal achterin de bus (achter de wielbasis voor mensen met bewegingziekte) ik net niet op schoot zat bij een jongen die duidelijk normaal minsens 3 meter personal space nodig heeft en al mijn bewegingen nauwlettend in de gaten houdt, komen we aan in het bosrijke dorp Khao Sok, aan de voet van het national park. We checken in bij ons prachtige resort dat overal hutjes op palen heeft en boeken direct de 2dagen1nacht tour door het national park en de taxi naar Railay beach 3 dagen later. Kan maar geregeld zijn. Vanaf dat moment hoeven ons dus ook alleen maar zorgen te maken over een hapje en een drankje. Iets wat een primaire bezigheid is deze vakantie. Heerlijk! Zo simpel en zo fijn. Je snapt direct waarom we in Nederland vaak zo’n gestresst leven leiden. Alles gaat maar over de verre toekomst. Je carriere, je pensioen, je gezondheid. Het gaat zo vaak over de toekomst die voor niemand zeker is, dat je vergeet wat er nu voor je neus staat. En dat is wat op vakantie juist weer zo heerlijk wel belangrijk is. Vandaag, dit moment, over een uur en misschien morgen. Maar meer niet. Ik geniet ervan en kom echt volledig tot rust.

We eten wat (verrassend!) en leggen een pooltje bij de rasta bar terwijl we genieten van een prachtige zonsondergang. Daar drink ik ook mijn eerste en zeker niet mijn laatste Mango Moijto. Jezus, wat zijn die lekker! Maar dat terzijde.

Na een fijne nacht, waar ik mij wel even psyschisch over de rode mier in mijn bed moest zetten, staan we klaar voor onze jungletocht! Met een klein tasje waar alles in zit wat nodig hebben volgens de brochure. Behalve dry bags, want we hebben toch zakjes voor onze telefoons en poncho’s. Zelfs de receptioniste van ons hotel bied deze nog aan, maar nee..we hebben ze echt niet nodig. Maar..eerlijk is eerlijk..ze hadden toch best handig geweest. We nemen wel de hoofdlichten, zeepjes en wc rollen aan. De handdoeken hadden we zelf al geregeld. Deze benodigdheden geven wel gelijk weg wat de komende 2 dagen de boventoon voeren: survivallen. Ik ben benieuwd!

Hoewel we met ons hotel aan de voet van het national park zitten, is het toch nog ruim een uur rijden. Later begrijp ik dat het hele national park 720 km2 is. Aha! Dat is ook niet even gecovered zeg maar.

We stappen met onder andere Tamara en David in het busje. Wij hebben hen voor het laatst gezien in Krabi Town. We zijn zichtbaar verguld met de hereniging en kletsen wat af tijdens de rit.

Aangekomen bij de pier zijn we met zo’n 20 mensen. Opvallend veel nederlanders. Minder detail: wij zijn met de gids, de oudste. De golden girls noemen we onszelf vanaf dat moment. En maken gretig gebruik van onze knetterlelijke handige hoeden die we onderweg bij een winkeltje hebben gekocht voor 2,50.

Na zo’n 45 minuten varen doemen onze hutjes op aan de rand van een berg op het water. Floating dus. Ja, ja…ik hoor het je denken: dag wordt pillen slikken. Maar dit viel mee. Misschien begin ik er toch langzaam aan te wennen.

De hutjes zijn spartaans ingericht. De feature van onze brochure was een eigen toilet en douche. Later als we ergens op het meer hutjes zien zonder eigen toilet, met een toiletgebouwtje in het bos, begrijp ik de luxe hiervan. Er liggen 2 matrassen, 2 kussens en 2 plaids met beertjes erop. Het eerste wat we doen is de klamboe’s ophangen. Als ik hem ergens nodig kan hebben, dan is het hier wel!

Tjarda doet een klein zwempje voor de lunch en verbaast zich over heerlijke warme water. Dat komt door de regen geeft de gids later aan. Dat warmt het oppervlakte water verder op. Die dag regent het ook nog een aantal keren. Dus het water zou bijna moeten koken hihi.

Na de lunch gaan we op weg voor een trekking diep in de jungle. Maar niet voordat ik voor het eerst last heb van mijn eten. Top! Diep in de jungle en net voor een 4 uur durende wandeling. Uiteindelijk blijkt niet het eten, maar het ijswater de schuldige. En is het natoiletbezoekje gelukkig in mijn eigen hutje weer ok. Ik drink na die dag geen ijswater meer.

Aangekomen bij de start van de wandeling diep in de jungle voel ik wat gezonde spanning. De gids vertelt ons nog even dat lange flodderige broeken niet handig zijn voor de ze wandeling en Tjarda en ik kijken naar beneden. Beiden hebben we er 1 aan.

Het heeft veel geregend en alles is glibberig. Ow, en daar zijn dan nog de horror verhalen over bloedzuigers en andere enge beesten. Ik geniet zoveel mogelijk van wat ik om mij heen zie terwijl we geconcentreerd elke stap zetten. Met elke minuut komen we dieper en dieper in de jungle. Soms is er een open plek, soms is er een riviertje, soms alleen maar groen, hoge bomen en…bloedzuigers. Ik voel het meteen als de kleine rakker mijn been probeert te grijpen en bezorg ‘m vast en zeker een hersenschudding. Tegelijkertijd met mij hebben anderen ook een bloedzuiger te pakken. Ze zitten blijkbaar aan de rand van het pad en proberen op tijd richting je been te springen, zodat ze daar hun ding kunnen doen: bloed zuigen. Die van mij krijgt dus de kans niet. En het blijft ook bij deze ene aanval. De gids, waarover ik eigenlijk nog te weinig heb gemeld, vertelt ons dat ze geen kwaad kunnen en pakt er een om ons te laten zien hoe ze het daadwerkelijk doen. Machtig interessant dat wel, maar ook ben ik blij dat het ze niet lukt nog een keer in mijn been te grijpen.

De gids heet Douis. Zoals Louis, maar dan met een D. Zo legt hij het ook aan ons uit. Hij komt uit deze omgeving en heeft zijn hele leven gewijd aan het national park. De man praat uiterst gepassioneerd over alles wat zich hier afspeelt, en heeft ook de engelse taal goed onder controle zodat we goed kunnen verstaan wat hij zo gepassioneerd kwijt wil. Dit tezamen maakt dat we met alle 20 mensen aan zijn lippen hangen. En als een gehoorzaam klasje alles doen wat hij ons opdraagt.

Onze wandeling eindigt weer bij een grot. Weer gevuld met water en honderden meters lang onder de grond. De gids blijft maar zeggen dat het ‘good fun’ is, maar ik ga er dit keer niet eens in. Het is smal, donker en soms komt het water tot aan je nek. Again, not my cup of tea. Ik wacht daarom geduldig op een rots bij de waterval terwijl de rest de grot in klautert.

Het is geen straf om hier te wachten. Het is prachtig mooi zo diep in de jungle. Van de hele omgeving tot aan de perfect afgeschuurde rotsen aan toe. Ook zie ik hoeveel mensen zich daadwerkelijk in de grot bevinden, aangezien deze telkens in groepjes in en uit de ingang werken. In de tijd dat ik er zit heb ik denk ik zo’n 80 mensen voorbij zien komen. En dat is met onze groep niet meegerekend. Er is neer dan genoeg ruimte in het hele park voor al deze mensen om elkaar dagen niet tegen te komen. Alleen is deze en een andere grot nu eenmaal een eyecatcher waar iedere tour naartoe gaat. Het is wat massaal maar ik erger mij er niet aan.

Zo’n 20 minuten later komt onze groep weer naar buiten klauteren. Tjarda zegt dat het fantastisch was, maar dat ik een goede beslissing heb genomen om niet mee te gaan. Het was op sommige momenten donker, smal en hoog water. Ik krijg weer rillingen. En geen spijt. Ieder zo zijn ding.

We wandelen terug naar de boot, waar we zo’n 4 uur in totaal over hebben gedaan. En ik mijn flodderbroek aan flarden scheur met klauteren. Eenmaal terug bij onze floating village hebben we vrije tijd om te doen waar we zin in hebben tot we gaan eten. Een deel van de groep gaat zwemmen, anderen gaan kajakken. Tjarda en ik drinken een biertje en doen een spelletje kaarten tot de zon onder gaat.

Het is eten is verrukkelijk! Een mega grote gefrituurde red snapper staat op tafel met geroerbakte groente en overheerlijke curry. We eten allemaal zeer smakelijk! Na het eten kletsen e nog wat met zijn allen onder het genot van een biertje waarna we ons terugtrekken in ons hutje waar we met de handige hoofdlampen (waar ze niet voor bedoeld waren, maar super werken) een boekje.

Om kwart voor zeven worden we bij de boot verwacht voor een dag en dauw tour om dieren te spotten. Als de motor van de boot na een tijdje varen uitgaat worden we overvallen van de opdoemende geluiden uit het oerwoud. Ik word er even emotioneel van, zoals een mooi stukje muziek mij ook kan grijpen. Een cicade, een krekel, een vogel en een gibbon. Allemaal maken ze hun eigen geluiden over de toppen van de bomen en door het bos. Ademloos luisteren we naar het tafereel wat we niet kunnen zien alleen kunnen horen.

Dan spot de gids de eerste aapjes. Ze spelen in de boomtoppen. En het lijkt even dat ze doorhebben dat we naar ze kijken. Ze klimmen en klauteren alsof ze een show aan het opvoeren zijn. Intussen wordt de boot zachtjes meegevoerd met de stroming en varen we bijna tegen een dode boom die uit het water steekt en waar een spin in hangt zo groot als mijn voet. Tering! De aapjes krijgen even geen aandacht meer terwijl we allemaal hopen dat meneer spin niet ineens opkijkt en de boot in springt. De gids verlegt de boot en onze aandacht terug naar de apen. We horen weer het roepen van de gibbon over de boomtoppen. Het klinkt een beetje als een carnaval attractie die mensen aan probeert te trekken. De gids vertelt ons ook dat de gibbon hiermee aandacht probeert te krijgen. Het zijn diertjes die zeer geisoleerd leven zonder vaste partner. Hij vind deze roep dan ook een cry of loneliness.

Tjarda en ik pakken snel onze tassen in en grissen nog net een broodje weg bij het geplunderde ontbijtbuffet. Super voorbereid om zoveel mogelijk tijd in de kajak door te kunnen brengen gaat tjarda zitten in onze boot voor het komende uur. En terwijl ze gaat zitten blijken we onze laatste droge kleren aan te hebben. We lachen, veranderen niet van plan en peddelen weg. Snel op weg naar de eilandjes om te kijken of we nog meer aapjes kunnen spotten. Het lukt! Ergens diep verborgen bij een van de eilandjes waar we stil liggen met onze kajak zitten aapjes te eten. BlijkbaR slakken, omdat deze veel aan de rand bij het water voorkomen. super gelukkig en tevreden keren we neg voor vertrek terug.

We varen weer naar een grot. Een grote vleermuisgrot. Niet onder water met een vrij grote ingang. Deze moet ik toch durven, denk ik. 20 meter verder sta ik weer verstijfd en botst de groep net niet tegen mij op. Ik ga terug. Ver genoeg weer.

We varen langs een aantal prachtige rotsformaties die uit het water lijken te steken. Steeds meer raak ik gefascineerd door deze vreemde enorme kalkachtige metershoge rotsen, waar bos overheen groeit. Alsof het ooit 1 rots was en die uit elkaar is gevallen en nu overal deeltjes ervan uit het water steken. Ik voel mij even nietig bij de gedachte. Wat een bijzondere, prachtige plek is dit hier. Elke minuut dat ik er ben weet ik bijna niet waar ik moet kijken. Het is zo mooi. Het doet bijna zeer!

Teruggekomen bij het hotel kunnen we de invloeden van de begrafenis van de koning al goed merken. Nergens muziek en veel barretjes zijn gesloten. Waaronder de rasta bar waar we met Tamara en David nog even wat zouden drinken en poolen. Helaas valt dit plan in duigen. We trekken ons daarom op tijd terug naar onze kamer en pakken alvast onze spullen in voor onze reis morgen en lezen onze boeken. Omdat ons hutje op palen staat, horen wij allerlei scharrelende geluiden van naast en onder ons verblijf vandaan komen. Zo in het pikkedonker klinkt het nog best dreigend. Maar waarschijnlijk zijn het vogels of varkens. Niets om je druk over te maken. Dan gaat letterlijk ons lampje uit.

Last stop Railay Beach

Om 7.50 u zitten we in onze zwarte kleding (begrafenis koning) aan het ontbijt en zijn helemaal klaar voor onze allerlaatste meerdaagse bestemming: Railay Beach. Een schiereiland onder Krabi.

Blijkbaar heb ik alleen minder goed geslapen dan ik dacht, want voor het eerst deze vakantie heb ik een humeur om op te schieten. De chauffeur kan niet rijden, de reis duurt te lang, de tussenstop is onzinnig en onze nieuwe chauffeur heeft de meest irritante stem ever! Alles is niet goed. Tjarda blijft in de tussentijd op gepaste afstand en weet mijn bui goed te ontwijken. Een meid die bij ons in de taxi zat niet en krijgt de volle laag. Ze trekt wit weg. We kopen een veel te duur ticket om zo snel mogelijk weg te kunnen. Ik murmel in de tussentijd over taxiterroristen en neem nog een bewegingsziekte pil. Tien minuten later staan we op het eiland. En direct is het zo goed als over met mijn bui. We zijn er! 3 dagen verdiende luxe en rust!

Het resort is prachtig, het zwembad schoon en het uitzicht oogverblindend. En dit is pas de oostkust! Want de westkust moet nog vele malen mooier zijn. Al snel besluiten we die kant op te lopen. Even moeten we knipperen met onze ogen…het lijkt Benidorm wel! Vooral het publiek is erg opvallend en van een bepaald kaliber. Opgepompt, opgevuld met veel tatoeages en zonder enig gevoel van empathie buiten de familie. Shit! We hebben toch hopelijk wel een juiste beslissing genomen om hier onze laatste dagen door te brengen? We lopen wat over het strand en besluiten in de hoek, ver van de drukte een duikje te nemen. Eenmaal terug op de handdoeken lezen we wat en doen we een klein dutje. Als we wakker worden is het weer veranderd. Heel erg veranderd. We pakken onze spullen in en besluiten voor er zeker een bui gaat vallen even te schuilen. We halen het niet eens. Terwijl wij een schuilplaats zoeken begint het te regenen, daarna begint het te stortregenen. Met emmers tegelijk komt het naar beneden. Daarbij knalt het er flink op los. Blijkbaar hangt de ellende precies boven het eiland. 30 minuten lang kan niemand iets anders doen dan de bui uitzitten. De schade valt mee. Ondergelopen straten en wat weggeslagen strand. Niets wat de lokale thaise bevolking niet al vaker heeft meegemaakt. Als de bui terug is gebracht naar een hollandse motregenbui begint de lokale bevolking alles weer in orde te brengen. Wij zijn er inmiddels achter gekomen dat er die dag ivm de begrafenis van de koning, geen alcohol wordt geschonken. Tja. Het is wat het is. Totdat we op de weg terug naar ons resort langs een reggea hutje lopen waar overduidelijk wel biertjes over de toonbank gaan. We gaan zitten en genieten van ons verboden biertjes met de andere aanwezigen. Soms zet een van de barmannen toch even een muziekje aan. We zingen luidruchtig mee. Soms begint de barman over happy sigarets. Maar vooral ruik je de geur om je heen. Dit verbaast mij toch. In een land waar de regels zo streng zijn, wordt het toch overal aangeboden, staat het lachend op borden en is het vaak zelfs de naaam van een bar of restaurant. Zo eten we die avond bij de Skunk Bar. Wat sowieso een bijzondere naam is van een restaurant. En ja, refereert naar iets super illegaals!

Wij houden het bij onze gedoogde biertjes.

De volgende dag wandelen en klauteren we naar de andere stranden. Die dus alleen via een rotspad te bereiken is. De druppels zweet lopen weer van ons af terwijl het weer steeds drukkender wordt. Het kan niet anders, dan dat het vanmiddag weer gaat regenen, we zijn hier allebei zeker van. In de tussentijd nemen we weer een duik en zien vanuit het water een flinke apenfamilie, die blijkbaar op de rotsen wonen. We genieten van dit aanblik.

Om de bui voor te zijn klauteren we weer terug naar Railay West en vervolgen onze weg terug naar Oost, de kant die wij vanaf nu hebben bestempeld tot de leuke kant van het eiland. Daar zien we een bar met pooltafels en happy hour (die is daar de hele dag gaande). Het weer verandert weer snel en wij verwachten nu toch net zo’n monsterbui als gisteren. Maar het valt mee, alles lijkt veel dreigender dan het uiteindelijk is. In ieder geval aan deze kant van het eiland.

Na een wandeling en een biertje strijken we neer bij een restaurant waar we de zon onder zien gaan en een kaartje leggen. Uiteindelijk eten we weer zo’n heerlijke gefrituurde vis en nemen nog maar een een massage. Nu kan het nog en voor wen tientje..waarom zou je het laten!

Na de massage zijn we wel gelijk klaar. De mix van de cocktails, de vis en de tijgerbalsem hebben nu toch wel iets teveel van ons gevraagd. We trekken ons rond 22 u terug naar de kamer en lezen nog wat. Tjarda is aan haar 6e boek bezig. Ik probeer mijn 2e boek uit te lezen zonder elke keer in slaap te vallen als mijn oog ook maar een op een bladzijde valt.

Vandaag is de laatste dag op dit eiland. Voor de 2e dag op rij zitten we uitgeslapen om 7.30 u bij het ontbijt en om 8 u bij het zwembad. De wereld op zijn kop! Maar zegt ook wel veel over hoe heerlijk uitgerust we zijn van deze prachtige vakantie.

Morgen nog 1 dag Bangkok en dan terug naar huis. Met een rugzak vol herinneringen en kadootjes! Happy happy joy joy ?

Wil je graag foto’s kijken? Ga naar mijn instagram: /moniquebruijn

Comments are closed.